Bikes & Bourbon – Vrouw & Fiets

Van boven zoom

Wanneer mijn broers vroeger naar de Tour de France keken, verkoos ik de boekenkast boven de televisie. Uren kijken naar een eindeloos peloton draaiende wielen over zwarte, kronkelende wegen? En er daarna zelf op mountainbikes op uit trekken? Ik zag liever letters dan linten van asfalt.

Toen ik een paar jaar geleden aan de balie van een sportschool stond met een gekneusde voet en mij ‘spinning’ – of RPM, noemden ze het – geadviseerd werd, stond ik dan ook niet meteen te springen. Dat kon ik ook helemaal niet, op dat moment, maar à la, je begrijpt wat ik bedoel. Toch vond ik mezelf een dag later tussen een tiental fanatiekelingen op klakkende klikschoentjes. In mijn yoga-legging en hardloopschoenen hees ik mezelf zuchtend op een fietsapparaat. In het uur daarna gebeurde er iets vreemds en onverwachts. Ik vond het leuk.

“Deze training is saai hoor” zei een vrouw me in de douche, na afloop. “En zwaar. Je doet het puur voor je conditie”. Ja, ik vond het loodzwaar, al vanaf de eerste minuut. Maar saai? In mijn hoofd had ik fantastische fietstochten gemaakt: langs de kust van Australië en door de steden van Japan. Met grote snelheid was ik over de heuvels van Slovenië gesjeesd en over de Brooklyn Bridge New York ingereden. Er was een overlevingsmechanisme aangegaan om de pittige training vol te houden: levendige fantasieën vol herinneringen en landschappen waren aan me voorbij getrokken. Twee dagen later volgde ik de training weer, en ondertussen overviel me de gedachte: als ik dit al zo leuk vind, hoe leuk zou ik het dan vinden als de landschappen écht waren?

IMG_2486

Om het te testen huurde ik een mountainbike op Terschelling. Man, wat voelde ik me gelukkig, een dag crossend op bospaden en dorpsweggetjes. Thuis, in Amsterdam, huurde ik een racefiets en zoefde ik naar Oudekerk aan de Amstel en Uithoorn. Familiebezoek combineerde ik met een tochtje van Nijverdal naar Lochem. Toen wist ik het zeker: ik wil een eigen fiets.

Van boven

Op mijn verjaardag kreeg ik van mijn beste vrienden ‘Vrouw & Fiets’, het handboek dat schrijfster Nynke de Jong en oud-profwielrenster Marijn de Vries schreven voor fietsende vrouwen. Gretig dook ik in hun kennis en leerde ik uit mijn hoofd waar ik op moest letten bij de aankoop van een racefiets. Met het boek als boodschappenlijstje toog ik naar de sportwinkel om een shirt te kopen met zakjes in de rug en een broekje met een zeem erin. De zeem voelde veel te veel als maandverband maar de stemmetjes van Nynke en Marijn fluisterden in mijn oor dat ik daar later blij mee zou zijn – wat klopte. Ik kocht energierepen, oefende fanatiek de stretchoefeningen en het snuiten van je neus op de fiets. Ik glimlachte bij de vele anekdotes en las het boek nog een keer, om er zeker van te zijn dat ik niets zou vergeten. En zo stond ik, nerveus als voor een schoolexamen, in de grootste fietsenwinkel die ik ooit zag. En tot mijn vreugde wist ik waar de verkoper het in zijn uitleg en adviezen over had. Na een testrit koos ik een fiets.

Achterkant scherper

Nu rijd ik inmiddels al heel wat weken, met een grote glimlach, op mijn eigen fiets. Waar ik riep dat uiterlijk mij niets kon schelen, kijk ik bewonderend naar het zwart-rode frame. Waar ik in de sportschool nog steeds in een legging fiets, wars van de klikschoenen en racehandschoentjes om me heen, heb ik inmiddels een beginnende fietskleding-collectie voor diverse weertypen. En waar ik me bij wandelingen langs de Amstel altijd ergerde aan de fanatieke types die schreeuwden dat iedereen aan de kant moest gaan, ben ik er nu zelf zo eentje.

Maar de Tour de France kijken? Daar moest ik nog niet aan denken.
Tot ik Tom Dumoulin de Giro zag winnen.

Komende tijd in de serie ‘Bikes & Bourbon’: op de fiets de literatuur achterna. Stay tuned!
Het boek ‘Vrouw & Fiets’ van Nynke de Jong en Marijn de Vries is te koop bij Bol.com (affiliate link).

 

Continue Reading

“Dit is wat ik doe” Bloody Mary’s

Bloody Mary roder 3

Het was een koude winteravond in februari en met lichte twijfel zat ik op de fiets. Een paar weken eerder had ik in het NRC een indrukwekkend artikel gelezen over oorlogsfotografe Lynsey Addario. Het stuk sloot af met een aankondiging voor de lezing die Addario vanavond zou houden in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Iets in dat stuk had me doen besluiten de datum te noteren in mijn agenda en vanavond daadwerkelijk op de fiets te stappen, ondanks de lange, vermoeiende werkdag die achter me lag.

Pakhuis De Zwijger had Addario uitgenodigd ter ere van het uitkomen van haar memoires, It’s What I Do, in het Nederlands vertaald als Dit is wat ik doe, waarin ze schrijft over haar leven als fotojournaliste voor o.a. The New York Times en National Geographic. Het boek verhaalt over haar reizen naar Darfur, Gaza, Irak, Congo (en zoveel meer), haar ernstige auto-ongeluk in Afghanistan en haar twee (!) gijzelingen: één dag in Irak en een week in Libië, waar zij betast en geslagen werd.

Boek

Tussen haar eigen foto’s vertelde Addario voor een aandachtig publiek haar bijzondere levensverhaal. Het werd een avond waar menigeen vlinders van kreeg. Met haar moed, reislust en opgewekte verhalen waarin donkerte zeker niet geschuwd werd, had Lynsey het publiek helemaal, met open mond, in haar greep. Mij ook. Alles wat ik die februaridag gedaan had – mijn werk, geregel, talloze mails – in het licht van wat Addario doorstaan had, was het volstrekt onbelangrijk geworden.

Na afloop kocht ik haar boek en sloot aan in de rij mensen die voor haar langs schoof voor een handtekening. Bij elke naam die ze noteerde, keek Addario haar bezoekers recht aan, alsof ze zichzelf een kijkje gunde in alle harten.

Die dag in Libië stelde ik mezelf de vragen die me nog steeds bezighouden: Waarom doe je dit werk? Waarom waag je je leven voor een foto? Na tien jaar als oorlogscorrespondent zijn dat nog altijd moeilijk te beantwoorden vragen. Feit is dat maar weinigen dit werk van jongs af aan hebben willen doen.”

Bloody Mary roder

Toch lag het boek na de lezing maandenlang ongelezen op mijn nachtkast. Ik durfde niet, bang dat boek me zou tegenvallen en het afbreuk zou doen aan de dapperheid die ik in de dagen na de avond in De Zwijger in me gevoeld had.
Het bleek volstrekt ongegrond: niet alleen kan Addario verhalen vertellen met haar foto’s op een groot scherm, of tijdens een interview voor een zaal mensen, ook in boekvorm liet ze mijn mond open zakken van verbazing. Met een flinke vaart leidt ze de lezer door haar leven en schuwt niets. Eerlijk vertelt ze over de kidnapping(s), de moeilijke keuzes, haar bijzondere jeugd, de liefde en waarom ze altijd terug zal gaan naar oorlogsgebieden. Het is geen drang naar spanning die haar drijft, maar een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Het zorgde dat ze op een vliegtuig naar Syrië stapte, ook na de geboorte van haar zoon Lukas.
Het boek geeft een openhartige kijk in het leven van oorlogsjournalisten en van dat van Addario in het bijzonder. Na het lezen zou je willen dat je een sprankje van haar dapperheid over zou kunnen nemen. Het is niet alleen een boek geworden voor fotografen of journalisten, niet alleen een pageturner voor de avonturiers onder ons, of voor de zoekenden, het is een boek voor iedereen. Met op precies de juiste plekken haar prachtige foto’s: verhalen op zich.

Ook vertelt Addario uitgebreid over haar bijzondere jeugd in Connecticut, waar haar ouders tuinfeestjes hielden met wijn, Bloody Mary’s en marihuana, tot haar vader uit de kast kwam en verhuisde. En Addario door reislust bevangen werd.

Hoe meer ik reisde, hoe meer ik naar een reizend leven ging verlangen. Ik kon op een willekeurige ochtend wakker worden en op weg gaan naar vrijwel elke denkbare bestemming; de landen van Europa waren per trein bereikbaar; de enige belemmeringen waren mijn eigen remmingen of angsten.”

Tijdens die avond in Pakhuis De Zwijger tilde Addario een stukje van mijn angsten en remmingen op. Vol energie stapte ik op de fiets naar huis. Ik maakte Bloody Mary’s voor haar en proostte. Op dapperheid.

It’s What I Do is in het Nederlands verschenen bij de Arbeiderspers als Dit is wat ik doe en bijvoorbeeld te bestellen bij Bol.com (ook in het Engels)*. Het boek wordt op dit moment verfilmd door Steven Spielberg, met Jennifer Lawrence in de hoofdrol.

Lynsey handtekening

Recept bloody mary’s

Ingrediënten (voor 2 glazen):

  • 100 ml wodka
  • 250 ml tomatensap
  • 20 ml Worcestershire saus
  • 20 ml citroensap
  • 4 drupjes hete saus (hot sauce) (naar keuze, bijvoorbeeld tabasco of sriracha)
  • 2 theelepels mierikswortel
  • snufje peper
  • snufje zout
  • 2 stronken bleekselderij
  • flink wat ijsblokjes
  1. Mix alle ingrediënten – behalve de bleekselderij en de ijsblokjes – in een maatbeker door elkaar.
  2. Vul het mooiste glas dat je hebt met ijsblokjes.
  3. Giet het mengsel over de ijsblokjes.
  4. Steek er een stuk bleekselderij in ter decoratie. Enjoy!

Bloody Mary roder 2

* affiliate links

Continue Reading

“Gone Girl” Crêpes met beurre noisette

Crepes van schuin met kom bessen erbij

In de afgelopen jaren brachten boeken me vaak van de bank naar de keuken. De chocoladetaart uit Roald Dahl’s Matilda, de appeltaart uit Jack Kerouac’s On the road en de blintzes uit de verhalen van Isaac Bashevis Singer: ik las erover en werd nieuwsgierig naar de smaak. Sinds ik bezig ben met dit blog, overkomt het me steeds vaker andersom. Mensen wijzen me op gerechten uit de literatuur, die me benieuwd maken naar de bijbehorende roman. Zo verzeil ik van de bank in de keuken, en vaak ook weer terug.

Sinds ik Books & Bourbon begon, krijg ik zo niet alleen literaire tips, maar ook de vraag hoe ik op het idee kwam hierover te bloggen. Laat ik vooropstellen dat ik niet de enige ben. Zo startte Kate Young in Engeland het fictieve The Little Library Cafe. Amina Elahi richtte PAPER/PLATES op, ‘a blog for eaters and readers’. En in New York begon een slager in 2010 een literair foodblog: Cara Nicoletti.

Continue Reading

“Kerstdagen” Glühwein

boek-en-kop

Precies een jaar geleden was ik tijdens de Kerstdagen in Melbourne, Australië. Waar de perfectionist in mij altijd een beetje moeite heeft met Kerst – want het wordt nooit helemaal wat je ervan verwacht had – werden dit de meest relaxte feestdagen ooit. Zonder verwachtingen struinden we door St. Kilda, een wijk aan de kust. Op een dakterras dronken we mojito’s, met Australiërs die uitbuikten van uitgebreide familielunches. In de enige winkel die open was (een Joodse taartenshop) kochten we stukken cheesecake die we opaten op het strand, tussen ontblote bovenlijven en Kerstmutsen op verbrande gezichten.

En ook al sluierden we heerlijk door de straten en realiseerden we ons dat Kerst nooit meer zo ontspannen zou worden als die dag, het was toch een beetje gek, de dagen op onszelf. Want Kerst gaat over vriendschap, familie, delen en er zijn voor de ander. Je kijkt om de heen naar de vrienden die je gekozen hebt, de familie die je liefhebt, en bent dankbaar voor het dak boven je hoofd en het zachte vloerkleed onder je voeten. Je viert, eet, en vooral: je geeft.

Continue Reading

“Een duif en een jongen” Geroosterde vijgen

vijgen-van-boven

Een postduif wordt in het Engels een homing pigeon genoemd, en eigenlijk is dat een veel treffender benaming dan ‘postduif’. Een postduif – de Belgen noemen haar ‘reisduif’ – wordt aangeleerd om feilloos haar thuis terug te vinden. Zij moet van haar huis houden, anders vliegt ze er niet naar terug.

Mijn ouders hielden zielsveel van hun huis. Op het randje van stad en platteland woonden ze bijna veertig jaar; mijn broers en ik groeiden er op. We joegen op vlinders in de tuin, speelden onze eerste (piano)noten, lachten, huilden, raasden en waren er voor het eerst verliefd. Het huis groeide met ons mee.

boek-glas-en-vijgen

Omdat mijn ouders aan het verhuizen zijn en hun huis na bijna veertig jaar verlaten, herlas ik het boek ‘Een duif en een jongen’ van Meir Shalev. Het boek gaat over Ja’ier Mendelson, een toeristengids die vogelaars rondleidt. Wanneer zijn moeder op sterven ligt, schenkt ze hem een som geld, die hem in staat stelt een eigen huis te bouwen en zijn vrouw Liora te verlaten. Aannemer van dienst wordt Tirtsa Fried, zijn jeugdliefde. In beeldend en adembenemend mooi taalgebruik richt Ja’ier zich in het boek tot zijn moeder en vertelt het verhaal over haar jeugdliefde: een duivenhouder die omkwam tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog. In de verhalen, personages en geschiedenis die Ja’ier in dit boek beschrijft zit een diepgeworteld verlangen verweven een thuis te vinden en een instinct hier altijd naar terug te keren.

Ik ging een huis voor mezelf zoeken. Andere mensen schieten, op zichzelf of op hun naaste. Ik ging een huis zoeken. Een huis dat zou helen, zou stillen, een huis dat ik zou opknappen en waarvan ik zelf zou opknappen, opdat we elkaar dankbaar zouden zijn.”

Continue Reading

Eten bij Hiša Franko in Slovenië (bekend van Netflix’ Chef’s Table)

2392 Soca van boven

(Of: hoe een avondje Netflixen je een onvergetelijke reis bezorgt).

Het was een veel te korte avond na een veel te lange dag, te vol van keuzes maar met te weinig tijd voor de boeg. Tussen banen en projecten door zouden we in juli veertien dagen hebben voor een (motor)reis, maar waar wilden we heen? Kroatië en Noorwegen leken te ver voor twee weken, Duitsland te dichtbij, en, na diverse voors en tegens, sloegen we de laptop dicht. Onbeslist.

Pyjama en Netflix gingen aan en we keken een aflevering van Chef’s Table, een Amerikaanse documentaireserie die in elke aflevering een bekende chefkok portretteert. We waren aangekomen bij de vijfde episode van het tweede seizoen met een hoofdrol voor chef Ana Roš en restaurant Hiša Franko in Kobarid, Slovenië. Al na een klein half uur Sloveense natuur, gepassioneerde verhalen en ademloos mooie shots, keken we elkaar aan en hoefden we niets meer te zeggen: we gingen naar Slovenië.

Fietsers op de weg tussen Kobarid en Staro Selo
Fietsers op de weg tussen Kobarid en Staro Selo
Continue Reading

Isaac Bashevis Singer’s blintzes

Blintzes1 (1 van 1)

Het huis waar ik opgroeide leek van boeken gebouwd te zijn. De keuken, de huiskamer en een studeerkamer, tot de nok toe waren ze gevuld met verhalen, als een vol infuus om de muren rechtop en de stenen in leven te houden. Mijn moeder las tijdens het eten voor uit Hendrik Marsman en Meir Shalev, mijn vader suste me in slaap met de avonturen van Dik Trom. En als ik ’s middags moe was, deed ik een dutje op mijn vader’s schoot, onder de kalmerende werking van het ratelende toetsenbord vlak naast me, waarop mijn vader een vers boek aan het schrijven was.

Het oeuvre van Isaac Bashevis Singer bezette al een plank in onze huiskamer, maar breidde rond mijn tiende uit naar mijn kamer. Nadat Singer dertig jaar voor volwassenen geschreven had, schreef hij, tegen zijn eigen verwachting in, een kinderboek. Zijn redactrice had hem hiervoor jaren achter de vodden gezeten, omdat ze geloofde dat hij het in zich had. Zo verleidde hij met verhalenbundel Zlateh de geit en andere verhalen een nieuwe generatie, samen met de ouders. Zowel kinderen als volwassenen konden nu genieten van de werelden die Singer schiep.

Het waren werelden waar eten een grote rol in speelde. Watertandend deden de verhalen me verlangen naar Chanoeka-avonden met latkes (aardappelpannenkoekjes) en challah, het brood dat in veel van zijn verhalen gegeten wordt. Mijn levenslange nieuwsgierigheid naar het eten dat voorgeschoteld wordt door de literatuur, ontstond toen en daar, door de kinderverhalen van Singer. 

Continue Reading

Toon Tellegen’s honingtaart

Honingtaart - Books & Bourbon

Op een ochtend liep de mier door het bos. Wat is mijn hoofd toch zwaar, dacht hij. Hij moest tijdens het lopen zijn hoofd met zijn rechter voorpoot ondersteunen. Maar daardoor kon hij niet goed lopen.

Onder de wilg bleef hij staan en zuchtte.
Er lag daar een steen. Daar ging hij op zitten. Hij ondersteunde zijn hoofd met zijn beide voorpoten. Wat ís het zwaar, dacht hij.
Ik weet wel hoe dat komt, dacht hij. Dat komt omdat ik alles weet. En dat weegt heel zwaar.

Negen was ik, toen mijn moeder het boek Bijna iedereen kon omvallen voor me kocht. Een gouden stempel op de kaft verraadde dat Toon Tellegen er een Gouden Griffel voor gewonnen had, een jaar ervoor. Als ik toen al zoveel had geschreven en gedocumenteerd als nu, had ik geweten wat ik toen vond van de mier, de eekhoorn, de krekel, olifant en alle andere pratende, denkende en filosoferende dieren in de verhalenbundel. Wat vond ik toen van de zwaarmoedigheid van de schildpad? Vond ik troost in de mol, die in het eerste verhaal opmerkt dat er nou eenmaal dagen zijn ‘dat alles instort. Wat je ook doet.’? Herkende ik me toen al in de mier met het zware hoofd?

Het is maar goed dat ik alles weet, dacht de mier. Want als ik nóg meer zou weten, dan zou ik mijn hoofd helemaal niet meer op kunnen tillen.
Met enige moeite schudde hij zijn hoofd en zag in zijn gedachten al voor zich hoe zijn hoofd door zijn voorpoten zou zakken en met een dreun op de grond zou vallen. Dan, dacht de mier, ben ik verloren.
Het komt natuurlijk, dacht hij, omdat ik zo verschrikkelijk veel denk. Ik denk ook over alles. Over honing, over stoffigheid, over de oceaan, over achterdocht, over regenflarden, over zoet hout, noem maar op. En dat zit nu allemaal in mijn hoofd.

Continue Reading

“Norwegian Wood” Wodka Tonic

Wodka tonic met boek

September 2013. Kippenvel bij de Kinkaku-ji, het gouden paviljoen van Kyoto. Peperige bouillon, die in mijn gezicht spettert tijdens het opslurpen van een grote kom rijstnoedels. De zon zien opkomen over de grootste begraafplaats van het land. Drie weken lang reisde ik door Japan en verwonderde ik me over zo’n beetje alles: de eindeloze rij met bordjes sushi die voorbij kwam op een conveyor belt, de monniken die ons om 6 uur ’s ochtends wakker zongen op Mount Koya en de toiletten met hun hoeveelheid onbegrijpelijke symbolen en knoppen. En zoals ik bij elke reis die ik ooit gemaakt heb direct het boek herinner dat ik er las, zo denk ik bij deze drie weken in Japan direct aan één man: Haruki Murakami, één van de grootste Japanse schrijvers van dit moment.

“I once had a girl
Or should I say
She once had me”

Norwegian Wood, één van Murakami’s bekendste boeken, vertelt het verhaal van Toru, die terugkijkt op zijn studentenjaren in het Tokio. Als Toru zeventien is, leert hij dat leven en dood niet twee tegenovergestelden zijn, maar dat de dood “ons tijdens het leven voortdurend omgeeft”. Zijn beste vriend Kizuki pleegt zelfmoord en jaren later loopt Toru diens vriendin, Naoko, tegen het lijf. In elkaars gedeelde geschiedenis vinden ze elkaar en klampen ze zich aan elkaar vast. Na een nacht die rechtstreeks uit het lied van de Beatles lijkt te komen, stort Naoko in en vertrekt ze naar een instituut om te herstellen. Toru blijft achter en ontmoet in het woelige Tokio van de jaren zestig de vrijgevochten Midori. Het is net middag geworden als ze met elkaar een wodka-tonic drinken in een bar. Ze drinken er nog één, en nog één, en nog één. 

Continue Reading