“Kerstdagen” Glühwein

boek-en-kop

Precies een jaar geleden was ik tijdens de Kerstdagen in Melbourne, Australië. Waar de perfectionist in mij altijd een beetje moeite heeft met Kerst – want het wordt nooit helemaal wat je ervan verwacht had – werden dit de meest relaxte feestdagen ooit. Zonder verwachtingen struinden we door St. Kilda, een wijk aan de kust. Op een dakterras dronken we mojito’s, met Australiërs die uitbuikten van uitgebreide familielunches. In de enige winkel die open was (een Joodse taartenshop) kochten we stukken cheesecake die we opaten op het strand, tussen ontblote bovenlijven en Kerstmutsen op verbrande gezichten.

En ook al sluierden we heerlijk door de straten en realiseerden we ons dat Kerst nooit meer zo ontspannen zou worden als die dag, het was toch een beetje gek, de dagen op onszelf. Want Kerst gaat over vriendschap, familie, delen en er zijn voor de ander. Je kijkt om de heen naar de vrienden die je gekozen hebt, de familie die je liefhebt, en bent dankbaar voor het dak boven je hoofd en het zachte vloerkleed onder je voeten. Je viert, eet, en vooral: je geeft.

Afgelopen week las ik ‘Christmas Days, 12 Stories and 12 Feasts for 12 Days’, van Jeanette Winterson (in Nederlandse vertaling verschenen als ‘Kerstdagen: 12 verhalen en 12 feestelijke recepten voor 12 dagen’). Het boek bevat 24 hoofdstukken: 12 wintersprookjes die Winterson over een bereik van dertig jaar schreef en 12 korte, persoonlijke memoires die als inleiding dienen tot 12 recepten.

sinaasappel-met-boek
Sinaasappel met kruidnagels uit hoofdstuk ‘My mulled wine’

In de betoverende verhalen staat de liefde – en de hunkering hiernaar – centraal, maar ironie wordt niet geschuwd. Sprankjes magie liggen op de loer, maar nooit ligt het er dik bovenop. Het boek erkent dat elk leven verdriet kent, maar weet te troosten met haar fantasie. De sprookjes worden afgewisseld met recepten die Winterson doen denken aan haar dierbaren: de sherrytrifle van haar vader, het vruchtengebak van haar stiefmoeder en de gravlax van haar vriendin.
Nadat het verhaal ‘Christmas in New York’ de lezer heeft verteld over Sam en het mysterie van de kerstboom die opeens in zijn appartement stond, vertelt Winterson in hoofdstuk ‘My Christmas Eve Smoked Salmon and Champagne’ over het belang van rituelen.

“We are too busy and too distracted. Everybody knows that time is speeding up like a car with go-faster stripes and we are running alongside trying to keep pace. Christmas is the busiest time of all – which is crazy. It’s lovely rushing around to see family and friends, but how about an hour and a half that belongs only to you?”

van-boven

Winterson zet me aan het denken. Dit jaar verheug ik me meer dan ooit op het samenzijn met de mensen die ik liefheb, die ik vorig jaar alleen over een krakerige Skype-verbinding kon zien. Maar daarnaast neem ik me voor een snufje Australische ontspanning mee te nemen en op de bank te kruipen met Winterson’s magie en een glas warme chocolademelk met rum – of een kop glühwein, beschreven in ‘My mulled wine’.

Ik wens je verwachtingloze, warme en magische feestdagen.

Recept bisschopswijn / glühwein / mulled wine
uit ‘Christmas Days, 12 Stories and 12 Feasts for 12 Days’, Jeanette Winterson (eigen vertaling)

Ingrediënten:

  • Een paar flessen goede rode wijn
  • Enkele glazen rubyport
  • 1 verse sinaasappel die je helemaal hebt volgeprikt met kruidnagels
  • Een klein stukje gember, geschild
  • Kaneelstokje
  • Een vers laurierblaadje
  • Rietsuiker

sinaasappel2

Over de wijn: geloof niemand die je vertelt dat elke oude wijn prima is. Hoofdpijn is hoofdpijn. Koop een goede fles Bordeaux. Een slijterijwijn levert je hier een betere dienst dan een greep in de schappen van de supermarkt. Als je de wijn niet uit de fles zou drinken, waarom dan wel uit de pan?

Over de port: niet iets chiques, maar mijn motto is: één lever, één leven. Sommige mensen gooien er een scheut brandy in, en als ik geen port heb, gebruik ik gewoon Bordeaux.

  1. Leg de volgeprikte sinaasappel in een pan met dikke bodem en giet er de wijn en de port in.
  2. Voeg de andere ingrediënten toe, behalve de suiker, en verhit de pan langzaam.
  3. Als het mengsel warm is, voeg je de suiker toe (naar smaak). Proef tussendoor, hoe zoet je de wijn wil hebben, is helemaal aan jou. Laat de wijn niet koken, dan verbrand je de alcohol.

Je kan de wijn later weer langzaam laten opwarmen.

“I like mulled wine at eleven o’clock in the morning, when I’ve finished my winter jobs outside, or at four or five o’clock in the afternoon, when the day is done and it’s not time for drinks or dinner. Enjoy it with gingerbread and cheese.”

Continue Reading

“Een duif en een jongen” Geroosterde vijgen

vijgen-van-boven

Een postduif wordt in het Engels een homing pigeon genoemd, en eigenlijk is dat een veel treffender benaming dan ‘postduif’. Een postduif – de Belgen noemen haar ‘reisduif’ – wordt aangeleerd om feilloos haar thuis terug te vinden. Zij moet van haar huis houden, anders vliegt ze er niet naar terug.

Mijn ouders hielden zielsveel van hun huis. Op het randje van stad en platteland woonden ze bijna veertig jaar; mijn broers en ik groeiden er op. We joegen op vlinders in de tuin, speelden onze eerste (piano)noten, lachten, huilden, raasden en waren er voor het eerst verliefd. Het huis groeide met ons mee.

boek-glas-en-vijgen

Omdat mijn ouders aan het verhuizen zijn en hun huis na bijna veertig jaar verlaten, herlas ik het boek ‘Een duif en een jongen’ van Meir Shalev. Het boek gaat over Ja’ier Mendelson, een toeristengids die vogelaars rondleidt. Wanneer zijn moeder op sterven ligt, schenkt ze hem een som geld, die hem in staat stelt een eigen huis te bouwen en zijn vrouw Liora te verlaten. Aannemer van dienst wordt Tirtsa Fried, zijn jeugdliefde. In beeldend en adembenemend mooi taalgebruik richt Ja’ier zich in het boek tot zijn moeder en vertelt het verhaal over haar jeugdliefde: een duivenhouder die omkwam tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog. In de verhalen, personages en geschiedenis die Ja’ier in dit boek beschrijft zit een diepgeworteld verlangen verweven een thuis te vinden en een instinct hier altijd naar terug te keren.

Ik ging een huis voor mezelf zoeken. Andere mensen schieten, op zichzelf of op hun naaste. Ik ging een huis zoeken. Een huis dat zou helen, zou stillen, een huis dat ik zou opknappen en waarvan ik zelf zou opknappen, opdat we elkaar dankbaar zouden zijn.”

Continue Reading

Eten bij Hiša Franko in Slovenië (bekend van Netflix’ Chef’s Table)

2392 Soca van boven

(Of: hoe een avondje Netflixen je een onvergetelijke reis bezorgt).

Het was een veel te korte avond na een veel te lange dag, te vol van keuzes maar met te weinig tijd voor de boeg. Tussen banen en projecten door zouden we in juli veertien dagen hebben voor een (motor)reis, maar waar wilden we heen? Kroatië en Noorwegen leken te ver voor twee weken, Duitsland te dichtbij, en, na diverse voors en tegens, sloegen we de laptop dicht. Onbeslist.

Pyjama en Netflix gingen aan en we keken een aflevering van Chef’s Table, een Amerikaanse documentaireserie die in elke aflevering een bekende chefkok portretteert. We waren aangekomen bij de vijfde episode van het tweede seizoen met een hoofdrol voor chef Ana Roš en restaurant Hiša Franko in Kobarid, Slovenië. Al na een klein half uur Sloveense natuur, gepassioneerde verhalen en ademloos mooie shots, keken we elkaar aan en hoefden we niets meer te zeggen: we gingen naar Slovenië.

Fietsers op de weg tussen Kobarid en Staro Selo
Fietsers op de weg tussen Kobarid en Staro Selo
Continue Reading

Isaac Bashevis Singer’s blintzes

Blintzes1 (1 van 1)

Het huis waar ik opgroeide leek van boeken gebouwd te zijn. De keuken, de huiskamer en een studeerkamer, tot de nok toe waren ze gevuld met verhalen, als een vol infuus om de muren rechtop en de stenen in leven te houden. Mijn moeder las tijdens het eten voor uit Hendrik Marsman en Meir Shalev, mijn vader suste me in slaap met de avonturen van Dik Trom. En als ik ’s middags moe was, deed ik een dutje op mijn vader’s schoot, onder de kalmerende werking van het ratelende toetsenbord vlak naast me, waarop mijn vader een vers boek aan het schrijven was.

Het oeuvre van Isaac Bashevis Singer bezette al een plank in onze huiskamer, maar breidde rond mijn tiende uit naar mijn kamer. Nadat Singer dertig jaar voor volwassenen geschreven had, schreef hij, tegen zijn eigen verwachting in, een kinderboek. Zijn redactrice had hem hiervoor jaren achter de vodden gezeten, omdat ze geloofde dat hij het in zich had. Zo verleidde hij met verhalenbundel Zlateh de geit en andere verhalen een nieuwe generatie, samen met de ouders. Zowel kinderen als volwassenen konden nu genieten van de werelden die Singer schiep.

Het waren werelden waar eten een grote rol in speelde. Watertandend deden de verhalen me verlangen naar Chanoeka-avonden met latkes (aardappelpannenkoekjes) en challah, het brood dat in veel van zijn verhalen gegeten wordt. Mijn levenslange nieuwsgierigheid naar het eten dat voorgeschoteld wordt door de literatuur, ontstond toen en daar, door de kinderverhalen van Singer. 

Continue Reading

Toon Tellegen’s honingtaart

Honingtaart - Books & Bourbon

Op een ochtend liep de mier door het bos. Wat is mijn hoofd toch zwaar, dacht hij. Hij moest tijdens het lopen zijn hoofd met zijn rechter voorpoot ondersteunen. Maar daardoor kon hij niet goed lopen.

Onder de wilg bleef hij staan en zuchtte.
Er lag daar een steen. Daar ging hij op zitten. Hij ondersteunde zijn hoofd met zijn beide voorpoten. Wat ís het zwaar, dacht hij.
Ik weet wel hoe dat komt, dacht hij. Dat komt omdat ik alles weet. En dat weegt heel zwaar.

Negen was ik, toen mijn moeder het boek Bijna iedereen kon omvallen voor me kocht. Een gouden stempel op de kaft verraadde dat Toon Tellegen er een Gouden Griffel voor gewonnen had, een jaar ervoor. Als ik toen al zoveel had geschreven en gedocumenteerd als nu, had ik geweten wat ik toen vond van de mier, de eekhoorn, de krekel, olifant en alle andere pratende, denkende en filosoferende dieren in de verhalenbundel. Wat vond ik toen van de zwaarmoedigheid van de schildpad? Vond ik troost in de mol, die in het eerste verhaal opmerkt dat er nou eenmaal dagen zijn ‘dat alles instort. Wat je ook doet.’? Herkende ik me toen al in de mier met het zware hoofd?

Het is maar goed dat ik alles weet, dacht de mier. Want als ik nóg meer zou weten, dan zou ik mijn hoofd helemaal niet meer op kunnen tillen.
Met enige moeite schudde hij zijn hoofd en zag in zijn gedachten al voor zich hoe zijn hoofd door zijn voorpoten zou zakken en met een dreun op de grond zou vallen. Dan, dacht de mier, ben ik verloren.
Het komt natuurlijk, dacht hij, omdat ik zo verschrikkelijk veel denk. Ik denk ook over alles. Over honing, over stoffigheid, over de oceaan, over achterdocht, over regenflarden, over zoet hout, noem maar op. En dat zit nu allemaal in mijn hoofd.

Continue Reading

“Norwegian Wood” Wodka Tonic

Wodka tonic met boek

September 2013. Kippenvel bij de Kinkaku-ji, het gouden paviljoen van Kyoto. Peperige bouillon, die in mijn gezicht spettert tijdens het opslurpen van een grote kom rijstnoedels. De zon zien opkomen over de grootste begraafplaats van het land. Drie weken lang reisde ik door Japan en verwonderde ik me over zo’n beetje alles: de eindeloze rij met bordjes sushi die voorbij kwam op een conveyor belt, de monniken die ons om 6 uur ’s ochtends wakker zongen op Mount Koya en de toiletten met hun hoeveelheid onbegrijpelijke symbolen en knoppen. En zoals ik bij elke reis die ik ooit gemaakt heb direct het boek herinner dat ik er las, zo denk ik bij deze drie weken in Japan direct aan één man: Haruki Murakami, één van de grootste Japanse schrijvers van dit moment.

“I once had a girl
Or should I say
She once had me”

Norwegian Wood, één van Murakami’s bekendste boeken, vertelt het verhaal van Toru, die terugkijkt op zijn studentenjaren in het Tokio. Als Toru zeventien is, leert hij dat leven en dood niet twee tegenovergestelden zijn, maar dat de dood “ons tijdens het leven voortdurend omgeeft”. Zijn beste vriend Kizuki pleegt zelfmoord en jaren later loopt Toru diens vriendin, Naoko, tegen het lijf. In elkaars gedeelde geschiedenis vinden ze elkaar en klampen ze zich aan elkaar vast. Na een nacht die rechtstreeks uit het lied van de Beatles lijkt te komen, stort Naoko in en vertrekt ze naar een instituut om te herstellen. Toru blijft achter en ontmoet in het woelige Tokio van de jaren zestig de vrijgevochten Midori. Het is net middag geworden als ze met elkaar een wodka-tonic drinken in een bar. Ze drinken er nog één, en nog één, en nog één. 

Continue Reading